Nederlandse versie
Meaning of
"eenheid"
in English language
Dutch to English
English to Dutch
Dutch
English
eenheidsgat
basic hole
eenheidsas
basic shaft
eenheid
device; item; unit; individual; man- minute
eenheid van elektrostatica
electrostatic unit
eenheid van warmte
heat unit
eenheidsgatstelsel
hole basis system of fits
eenheid
integrity
eenheid met meervoudige banden
multiband device
eenheid van vermogen
power unit
eenheidsasstelsel
shaft basis system of fits
eenheid van compagniessterkte
team, combat -
eenheid
unit
eenheid {de}
unit
eenheidsvertragingstijd
unit delay
eenheidsvertragingstijdsimulator
unit delay simulator
eenheidsontwikkelingsfolder
unit development folder: UDF
eenheid van elektrostatische lading
unit electrostatic charge
eenheidsinterval
unit interval
eenheidslengte
unit length
eenheidsmatrix
unit matrix
eenheidslichtbron
unit source of light
eenheidsvector
unit vector
eenheidsafstandcode
unit-distance code; cyclic permuted code; continuous progressive code: CP code
eenheid
unity
eenheid {de}
unity
eenheid van commandovoering/leiding
unity of command
eenheid van inspanning/uitvoering
unity of effort