Nederlandse versie
Meaning of
"gaan"
in English language
Dutch to English
English to Dutch
Dutch
English
gaan liggen
abate
gaan naar
advance
gaan akkoord
agree
gaan naar
approach
gaanderij {de}
arcade
gaan na
ascertain
gaan naar
come on
gaan verder
continue
gaane liggen
couched
gaan tegen
counteract
gaan door
cover
gaan niet akkoord
disagree
gaan binnen
enter
gaand; uitgebreid; ruim
extensive; excessive
gaan halen
fetch
gaanderij
gallery
gaan halen
get
gaan staan
get up
gaan
go
gaan terug
go back
gaan door
go through
gaan slapen
go to bed
gaan slapen
go to sleep
gaande (in beweging)
going
gaande (aan de hand)
going on
gaand aan
gonna
gaan
goon foot
gaandeweg
gradually
gaan liggen
lie down
gaanliggen
lie down
gaan dan langer mee
outlast
gaan door
pass through
gaandoor
pass through
gaan halen
pick up
gaanhalen
pick up
gaan vooraf
precede
gaan vooraf
precess
gaan te werk
proceed
gaan achteruit
recede
gaan achteruit
regress
gaan zitten opnieuw
reseat
gaand
retrogressive
gaan
ride
gaan staan
rise
gaanstaan
rise
gaan liggen
settle
gaanliggen
settle
gaan
shall
gaan zitten
sit down
gaanzitten
sit down
gaan
sound
gaan staan
stand
gaanstaan
stand
gaan staan
stand up
gaanstaan
stand up
gaan
to go
gaan
to leave
gaan liggen
to lie down
gaan (lopen) (BN)
to walk
gaan
travel
gaan
will