Nederlandse versie
Meaning of
"het doen"
in English language
Dutch to English
English to Dutch
Dutch
English
het doen failliet gaan
bankrupting
het doen zwellen
bellying
het doen zwellen
bulging
het doen barsten
chapping
het doen afwijken
deflecting
het doen ontploffen
detonating
het doen walgen
disgusting
het doen uitzetten
distending
het doen
doing
het doen
doings
het doen opleven
enlivening
het doen
function
het doen
operate
het doen leunen
reclining
het doen herleven
resurrecting
het doen herleven
reviving
het doen
run
het doen schrikken
scaring
het doen mislukken
shipwrecking
het doen walgen
sickening
het doen escaleren
snow balling
het doen
work