Nederlandse versie
Meaning of
"onderbreking"
in English language
Dutch to English
English to Dutch
Dutch
English
onderbreking
break
onderbrekingstoets
break key
onderbreking
break; interruption; interrupt
onderbrekingen
breaks
onderbrekingstransmissie
burst transmission
onderbreking
cessation
onderbrekingen
cessations
onderbreking
discontinuance
onderbrekingen
discontinuances
onderbreking
disruption
onderbreking
gap
onderbreking
interlude
onderbrekingen
interludes
onderbreking
intermission
onderbrekingen
intermissions
onderbrekingen
intermittencies
onderbreking
intermittency
onderbrekingswachttijd
interrupt latency
onderbrekingsmasker
interrupt mask
onderbrekingsprioriteit
interrupt priority
onderbrekingsverzoek
interrupt request
onderbrekingsbesturingsroutine
interrupt service routine
onderbreking
interruption
onderbreking {de}
interruption
onderbrekingsfrequentie
interruption rate
onderbrekingsschakelaar
interruption switch
onderbrekingen
interruptions
onderbrekingen {mv}
interruptions
onderbreking
letup
onderbrekingen
letups
onderbreking
pause
onderbreking
stoppage
onderbrekingen
stoppages
onderbreking
suspension
onderbreking
time out
onderbrekingen
time outs