Nederlandse versie
Meaning of
"rekenen"
in English language
Dutch to English
English to Dutch
Dutch
English
rekenen
ask
rekenen
calculate
rekenende ponsmachine
calculating punch; multiplying punch; multiplier
rekenende administratiemachine
computing accounting machine
rekenen
count
rekenen
demand
rekenen
figure
rekenen
involve
rekenen
need
rekenen
postulate
rekenen
reckon
rekenen
require
rekenen met nauwkeurigheidsbewaking
significant digit arithmetic
rekenen
take
rekenen
to calculate; to compute; arithmetic
rekenen
to charge
rekenen
to reckon
rekenen
work out