Nederlandse versie
Meaning of
"bepalen"
in English language
Dutch to English
English to Dutch
Dutch
English
bepalen
affix
bepalen
attach
bepalen
define
bepalend
defining
bepalend lidwoord
definitearticle
bepalend
determinative
bepalend
determinatively
bepalen
determine
bepalend
determining
bepalen
enact
bepalen
fasten
bepalen
fix
bepalen van het aantal aanwezigen
headcount
bepalen van het aantal aanwezigen
headcounts
bepalen van de plaats
locate
bepalen
make fast
bepalen vooraf
preassign
bepalen vooraf
predefine
bepalen vooraf
preestablish
bepalend woord
qualifier
bepalende woorden
qualifiers
bepalen
qualify
bepalen van de reciproque
reciprocation
bepalen opnieuw
redetermine
bepalen
secure
bepalen
stipulate
bepalen, bedingen, erop staan, vasthouden aan
stipulate
bepalen
to assess (determine)
bepalen
to define
bepalen
to determine
bepalen
to determine; to fix; to stipulate; to prescribe; to define
bepalen
to stipulate
bepalen van de waarde
to validate