Nederlandse versie
Meaning of
"kamp"
in English language
Dutch to English
English to Dutch
Dutch
English
kampplaats
arena
kamp
battle
kamp {de}
battle
kamperen
be encamped
kamperen
beencamped
kampeerde
bivouacked
kampeert
bivouacs
kamp
camp
kamp {het}
camp
kamperen
camp
kamp
camp of tents
kampement
camp of tents
kamp
camp oftents
kampement
camp oftents
kamperen
camp out
kampeerde
camped
kampeerauto
camper
kampeerbus, kampeerwagen
camper
kampeerder {de}
camper (person)
kampeerauto’s
campers
kampvuur
campfire
kampvuren
campfires
kampeerterrein, kampeerplaats
camping
kamp
camping ground
kampeerterrein
camping ground
kamp
camping site
kampeerplaats {de}
camping site
kampeerplek {de}
camping site
kampeerterrein
camping site
kampeerplaatsen {mv}
camping sites
kampen
camps
kampeerplaats {de}
campsite
kampeerwagen
caravan
kampioen
champion
kampioen {de}
champion
kampioenschap
champion ship
kampioenschappen
champion ships
kampioenen
champions
kampioenen {mv}
champions
kampioenschap {het}
championship
kampioenschap {het}
championship title
kamp
conflict
kampen
contend
kamperen
encamp
kamp
encampment
kampen
encampments
kampeert
encamps
kamp
engagement
kamp
fight
kampen
fight
kamperfoelie
honeysuckle
kamperfoelie
honeysuckles
Kampala {het}
Kampala
kamperen
lie encamped
kamperen
lieencamped
kamp
scuffle
kampen
struggle
kamp {de}
struggle (conflict)
kampeertent
tent
kamp
tented camp
kampement
tented camp
kamperen
to camp
kampeerwagen
train
kampioen
victor
kampioenen
victors
kampioen
winner
kampen
wrestle