Nederlandse versie
Meaning of
"koken"
in English language
Dutch to English
English to Dutch
Dutch
English
koken
boil
kokend
boiling
koken
cook
koken {het}
cooking
koken te gaar
overcook
koken (overgang van de vloeibare fase naar een gas)
to boil
koken
to cook
koken
to cook; to boil; to caulk