Nederlandse versie
Meaning of
"trots"
in English language
Dutch to English
English to Dutch
Dutch
English
trots zijn
be proud
trotseren
brave
trotseren
challenge
trots
defiance
trotsering {de}
defiance
trots
defiantly
trotseren
defy
trotseren, zich verzetten, niet toegeven, weerstaan, (negeren, naast zich neerleggen)
defy
trots
despite
trots
in spite of
trots
inspiteof
trots
notwithstanding
trots
pride
trots {de}
pride
trots
proud
trots
proudly
trots
spite
trots zijn op iets
to be proud of sth.
trots zijn op
to take pride in