Nederlandse versie
Meaning of
"vasthouden"
in English language
Dutch to English
English to Dutch
Dutch
English
vasthouden aan, zich houden aan, rekening houden met
adhere to, (abide by, comply, observe, respect)
vasthoudend
dogged
vasthouden
hang onto
vasthouden
hold
vasthoudend
insistent
vasthouden
keep
vasthoudendheid
perseverance
vasthoudend
retentive
vasthouden
to hold; to keep in place; to keep in position; to hold up; to detain; to retain
vasthouden
to retain
vasthouden aan
to stick with