Nederlandse versie
Translate
"allow"
to Dutch Language
English to Dutch
Dutch to English
English
Dutch
allow
veroorloven
allow
vergunnen
allow
toestaan
allow
toelaten
allow
staan toe
allow
loslaten
allow
laten schieten
allow
laten begaan
allow
laten
allow
gedogen
allow 2. allowance
1. aanspraak geven (geld), autoriseren, middelen toekennen 2. budget, vergoeding, betaling
allowable
toelaatbaar
allowable
geoorloofd
allowable; permissible
toelaatbaar
allowably
toelaatbaar
allowance
toelage
allowance
permissie {de}
allowance
aftrek
allowance (permission)
toestemming {de}
allowance; encore
toegift
allowance; handicap
voorgift
allowance; surplus stock; excess material; addition; supplement
toeslag
allowances
toelagen
allowed
toegestane
allowed
toegestaan
allowed
toegelaten
allowed
toegekend
allowed
mogen
allowed energy level
toegestaan energieniveau
allowed; permissible
toegestaan
allowing
het toestaan
allows
staat toe