Nederlandse versie
Translate
"day"
to Dutch Language
English to Dutch
Dutch to English
English
Dutch
day
dag {de}
day
dag (24 uur) / etmaal
day
dag
day in April
aprildag {de}
day in August
augustusdag {de}
day in December
decemberdag {de}
day in February
februaridag {de}
day in January
januaridag {de}
day in July
julidag {de}
day in June
junidag {de}
day in March
maartdag {de}
day in November
novemberdag {de}
day in October
oktoberdag {de}
day in September
septemberdag {de}
Day of Atonement
Grote Verzoendag
day of the week
dag {de} van de week
day off
vrije dag {de}
day plan
dagplan
daybreak
ochtendgloren
daybreak
morgenrood
daybreak
morgenlicht
daybreak
dageraad
daybreak
aurora
daybreak
aanbreken van de dag
daycare
opvang
daydream
wensdroom
daydream
mijmeren
daydream
droom
daydream
dromen
daydream
dagdroom {de}
daydream
dagdroom
daydreamed
gedagdroomde
day-dreamer
mijmeraar
day-dreamer
dromer
daydreaming
dagdromen
daydreams
dagdromen
daylight
daglichtopening
daylight
daglicht {het}
daylight
daglicht
daylight saving time
zomertijd {de}
daylight saving time (DST)
zomertijd
daylight saving time, (summertime)
zomertijd
daylight, daytime
overdag
daylight; natural light
daglicht
daylong
de hele dag durend
days
dagen {mv}
days
dagen
days in April
aprildagen {mv}
days in August
augustusdagen {mv}
days in December
decemberdagen {mv}
days in February
februaridagen {mv}
days in January
januaridagen {mv}
days in June
junidagen {mv}
days in March
maartdagen {mv}
days in November
novemberdagen {mv}
days in September
septemberdagen {mv}
day-ticket
dagkaart
daytime
dag
daytime running lights
dagrijlichten, attentielichten, (form.) motorvoertuigverlichting overdag (MVO)
daytime running lights (DRL)
motorvoertuigverlichting overdag (MVO)