Nederlandse versie
Translate
"event"
to Dutch Language
English to Dutch
Dutch to English
English
Dutch
event
voorval {het}
event
voorval
event
voorgevallene
event
uitvloeisel
event
uitslag
event
uitkomst
event
resultaat
event
indruk
event
incident
event
gevolg
event
geval {het}
event
geval
event
gelegenheid
event
gebeurtenis {de}
event
gebeurtenis
event
gebeuren {het}
event
gebeuren
event
gebeurde {het}
event
gebeurde
event
evenement
event
effecten
event
effect
event
consequentie
event
bevinding
event
belangrijke gebeurtenis
event
afloop
event
1 gebeurtenis, evenement, manifestatie; 2 (ICT) gebeurtenis
event class
eventklasse
event counter
evenementteller
event driven
voorval-gestuurd
event, (incident, occurrence)
gebeurtenis, (voorval)
event-driven
gebeurtenis-gestuurd
eventful
veelbewogen
eventration
eventratio; de eventratie
events
gebeurtenissen
eventual
uiteindelijk
eventual
gebeurlijk
eventual
eventueel
eventualities
eventualiteiten
eventuality
eventualiteit
eventually
uiteindelijk
eventually
eindelijk
eventually, (finally)
uiteindelijk, tenslotte