Nederlandse versie
Translate
"joint"
to Dutch Language
English to Dutch
Dutch to English
English
Dutch
joint
voeg
joint
verbinding
joint
lid
joint
krijgsmachtdeeloverschrijdend, gezamenlijk
joint
knoop
joint
knook {de} (BN)
joint
gezamenlijk
joint
gewricht {het}
joint
gewricht
joint
gemeenschappelijk
joint
gelid
joint
geleding
joint
collectief
joint
algemeen
joint
(wiet)peuk, kneiterpeuk, hasjsjekkie, (form.) cannabissigaret
joint circuit
knooppuntcircuit
joint communications
gedeelde communicaties
joint coordinate system
gewrichtenco”rdinatenstelsel
joint order
gezamenlijke bestelling
Joint Photographic Experts Group: JPEG
groep van gezamenlijke fotografie-experts
joint replacement implant
gewrichtsimplantaat
joint replenishment
gezamenlijke bevoorrading
joint space; joint cavity
gewrichtsholte; de cavum articulare; de gewrichtsspleet
joint statement
gemeenschappelijke verklaring
joint uniform telephone communication precedence system: JUTCPS
gemeenschappelijk uniform telefonie-communicatiesysteem met precedenties
joint venture
gemeenschappelijke onderneming {de}
joint; linkage; articulation; stratification
geleding
joint; weld; splice
las
joint-cargo service
groepagedienst
jointed
verbonden
jointed fiber
vezelkoppeling
jointed-arm configuration
configuratie van een arm met gewricht
jointer
voegmachine
jointing
het verbinden
jointly
gezamenlijk
joints
verbindingen
joint-venture
gemeenschappelijke onderneming, gezamenlijke onderneming