Nederlandse versie
Translate
"lack"
to Dutch Language
English to Dutch
Dutch to English
English
Dutch
lack
tekortkoming
lack
tekort {het}
lack
tekort
lack
ontbreken
lack
ontberen
lack
nood
lack
missen
lack
gemis
lack
gebrek {het}
lack
gebrek
lack
euvel
lack
derven
lack
behoefte
lack
afwezigheid
lack adaisical
lusteloos
lack of
gebrek {het} aan
lack of clarity
onduidelijkheid {de}
lack of experience
onervarenheid {de}
lack of space
plaatsgebrek
lack of space; lack of room
ruimtegebrek
lack of time
tijdgebrek
lack of, (in short supply, scarce, running low)
gebrek aan, (schaars)
lackadaisical; apathetic
lusteloos, dromerig; onverschillig; lui; sentimental
lacked
niet gehade
lackey
lakei
lackey
herenknecht
lackeys
lakeien
lacking
missend
lacking
het ontbreken
lacks
gebrek