Nederlandse versie
Translate
"match"
to Dutch Language
English to Dutch
Dutch to English
English
Dutch
match
wedstrijd {de}
match
wedstrijd
match
tweetal
match
spel {het}
match
paren
match
match
match
lucifer {de}
match
lucifer
match
koppelen
match
koppel
match
gelijke
match
echtpaar
match
echtelieden
match
duo
match
1 wedstrijd; 2 (passend paar) koppel, div, stel; 3 overeenkomst, treffer
matchbox
lucifersdoosje {het}
matchbox
luciferdoosje {het}
matched
aangepaste
matched funding
cofinanciering, medefinanciering
matched load
aangepaste belasting
matched pair
aangepast paar
matched pair of output transistors
transistoreindpaar
matchen
1 (bij elkaar) passen, (op elkaar) aansluiten, overeenkomen, stroken; 2 (doen/laten) passen, met elkaar in overeenstemming brengen, laten stroken; combineren, koppelen
matches
lucifers {mv}
matches
gelijken
matching
overeenkomstig (met)
matching
bijpassend
matching
aanpassing
matching coil
aanpassingsspoel
matching error
aanpasfout
matching horn
aanpashoorn
matching paint; mixing paint
mengverf
matching resistor
aanpassingsweerstand
matching stub
aanpassingssectie
matching stub
aanpassingsleiding
matching transformer
toesteltransformator
matching transformer
toestelscheidingsfilter
matching transformer
aanpassingstransformator
matchings
aanpassing
matchless
niet te evenaren
match-make
koppelen
matchmaker
huwelijksmakelaar
match-maker
koppelaarster
match-maker
koppelaar
match-maker
huwelijksmakelaar
matchmakers
huwelijksmakelaars
matchpoint
wedstrijdpunt
matchwood
lucifershout