Nederlandse versie
Translate
"mean"
to Dutch Language
English to Dutch
Dutch to English
English
Dutch
mean
zichvoorstellen
mean
zich voorstellen
mean
vrekkig
mean
voornemenszijn
mean
voornemens zijn
mean
voorhebben
mean
vanplanzijn
mean
van plan zijn
mean
vals
mean
schraperig
mean
pinnig
mean
midden-
mean
midden
mean
middelmaat
mean
middelbaar
mean
inhalig
mean
hebzuchtig
mean
gierig
mean
gemiddelde {het}
mean
gemiddeld
mean
gemeen
mean
doorsnee
mean
betekenen
mean
beduiden
mean
bedoelen
mean (average)
gemiddeld
mean absolute deviation: MAD
gemiddelde absolute afwijking
mean absolute error
gemiddelde absolute fout
mean life-time
gemiddelde levensduur
mean range
gemiddeld bereik
mean repair time; mean time to repair: MTTR
gemiddelde reparatietijd
mean service frequency
gemiddelde servicefrequentie
mean time between failures
gemiddeld storingsvrij interval
mean time between failures: MTBF
gemiddelde tijd tussen storingen
meander
slingeren
meander
kronkelen
meandered
kronkelde
meandering
het kronkelen
meanderings
het kronkelen
meaner
meer gemiddeld
meanest
het meest gemiddeld
meaning
zin
meaning
voornemen
meaning
toeleg
meaning
strekking
meaning
portee
meaning
plan
meaning
doel
meaning
betekenis {de}
meaning
betekenis
meaning
bedoeling {de}
meaning
bedoeling
meaningful
zinvol, zinnig
meaningful
zinvol
meaningless
zonder betekenis
meaningless
zinloos
meaningless
zinledig
meaningless
onbetekenend
meaningless
onbeduidend
meanings
betekenissen {mv}
meanings
betekenissen
meanly
gemeen
meanness
lelijkheid {de}
meanness
hatelijkheid
means
wijze
means
werktuig
means
weg
means
trant
means
remedie
means
middelen
means
middel
means
medium
means
manier
means
betekent
means of carriage; means of transport; means of conveyance
vervoersmiddel
means of communication
communicatiemiddel
means of communication
communicatiemedium
means of expression
uitdrukkingsmiddel
means of subsistence
middelen van bestaan
means of transport
vervoermiddelen {mv}
means of transport
transportmiddelen
means of transport {sg}
vervoermiddel {het}
means, (resources, assets)
middelen
means; agent, medium, resource
middel
meant
bedoelde
meantime
tussentijd {de}
meantime
tussentijd
meanwhile
zolang
meanwhile
voorlopig
meanwhile
vast
meanwhile
onderwijl
meanwhile
ondertussen
meanwhile
onderhand
meanwhile
intussen
meanwhile
inmiddels
meanwhile
daarentegen
meanwhile
alvast