Nederlandse versie
Translate
"old"
to Dutch Language
English to Dutch
Dutch to English
English
Dutch
old
vroeger
old
vorig
old
voorgaand
old
voorafgaand
old
verleden
old
vergevorderd
old
oud
old
bejaard
old age
ouderdom {de}
old boy
ouwe jongen
old boys’ network
ouwejongensnetwerk, vriendjespolitiek
Old English
Oudengels {het}
old fashioned
ouderwets
old maid
oude vrijster {de}
old man
oudevandagen
old man
oudeman
old man
oude
old man
bejaarde
old materials
afbraak
Old Norse
Oud-Noors {het}
old people
ouderen
old people’s home
oudemannenhuis
old people’s home
bejaardentehuis
old rose
oud rose
Old Testament
Oude Testament {het}
old wives’ tale
bakerpraat
old wives’tale
bakerpraat
old woman
oudje
old woman
oudevrouw
old woman
oude vrouw
old woman
besje
old-age pension (Br.)
ouderdomspensioen {het}
old-age provisions
ouderdomsvoorzieningen
older
ouder
oldest
oudst
oldest
het oudst
old-fashioned
verouderd
old-fashioned
uitdetijd
old-fashioned
uitdemode
old-fashioned
uit de tijd
old-fashioned
uit de mode
old-fashioned
ouderwets
old-fashioned
gedateerd
old-fashioned; outdated
ouderwets
oldies
oudjes, knarren
oldish
ouwelijk
oldman
oude van dagen
oldman
oude man
oldman
oude
oldman
bejaarde
oldmaterials
afbraak
oldpeople’s home
oudemannenhuis
oldpeople’s home
bejaardentehuis
oldster
oudje
oldsters
oudjes
oldtimer
¿ koestermobiel