Nederlandse versie
Translate
"pas"
to Dutch Language
English to Dutch
Dutch to English
English
Dutch
pas
pa’s
Pascal’s Triangle
driehoek van Pascal
Pashto language
Pasjtoe {het}
pasque flower
wildemanskruid
pass
vrijaf
pass
voorbijvaren
pass
voorbijrijden
pass
voorbijlopen
pass
voorbijgaan
pass
verstrijken
pass
verlopen
pass
verlof
pass
vergaan
pass
verdrijven
pass
toereiken
pass
passeren
pass
pass {de}
pass
pas
pass
overgeven
pass
overgaan
pass
overdrijven
pass
overbrengen
pass
omkomen
pass
langsgaan
pass
inhalen
pass
doorgeven
pass
doorbrengen
pass
bergpas
pass
afdragen
pass
aanreiken
pass
aangeven
pass
(gespeelde) bal, doorspeelbal, aanspeelbal
pass amplifier
doorlaatversterker
pass away
versmachten
pass away
verscheiden
pass away
sterven
pass away
overlijden
pass away
inslapen
pass away
heengaan
pass away
doodgaan
pass band; bore
doorlaat
pass book
bankboekje
pass books
bankboekjes
pass by
voorbijstreven
pass by
voorbijlopen
pass by
voorbijgaan
pass by
verstrijken
pass by
verlopen
pass by
vergaan
pass by
passeren
pass by
overtrekken
pass by
overgaan
pass by
overdrijven
pass by
omkomen
pass by
langsgaan
pass on
verdergaan
pass on
doorgaan
pass out, (faint)
flauwvallen
pass the night
overnachten
pass through
gaandoor
pass through
gaan door
pass through
doorgaan
pass through
aflopen
pass through
afleggen
pass time
passeertijd (colonne)
pass/adopt a resolution
een resolutie aannemen
pass/fail criteria
slagen/mislukken criteria
pass; run
verwerkingsgang
passable
redelijk
passable
berijdbaar
passable
begaanbaar
passable (terrain)
begaanbaar, berijdbaar (practicable)
passably
redelijk
passage
rijstrook
passage
passage
passage
overloop
passage
overgang
passage
gang {de} (ruimte)
passage
gang
passage
doorgang
passage
baan
passage of persons
doorlaten van individuen (grens, controlepost), verplaatsing door een gebied (naar een ander gebied)
passage way
passage
passage way
overgang
passage way
doorgang
passage ways
gangen
passageway
passage
passageway
overgang
passageway
doorgang
pass-band
doorlaatband
passed
overgegaane
passed away (died)
overleden
passen (naar)
(door)spelen (naar), toespelen (aan), doorgeven (aan)
passenger
passagier {de}
passenger
passagier
passenger
inzittende {de}
passenger
inzittende
passenger traffic
personenvervoer
passenger train
personentrein
passenger train
passagierstrein