Nederlandse versie
Translate
"receiver"
to Dutch Language
English to Dutch
Dutch to English
English
Dutch
receiver
ontvanger {de}
receiver
ontvanger
receiver
ontvangapparaat
receiver antenna; receiver aerial; receiving antenna; receiving aerial
ontvangstantenne
receiver connecting cable
ontvangeraansluitkabel
receiver decoupler; receiver signal-splitter; receiver band-separator; receiver frequency-separator
ontvangerwissel
receiver decoupler; receiver signal-splitter; receiver band-separator; receiver frequency-separator
ontvangerontkoppelfilter
receiver detector
ontvangerdetector
receiver end; receiving end
ontvangstzijde
receiver end; receiving end
ontvangerzijde
receiver input
ontvangeringang
receiver location
ontvangerplaatsing
receiver location; receiver situation
ontvangersituatie
receiver sensitivity
gevoeligheid van een ontvanger
receiver station
ontvangststation
receiver with transformer supply
A-apparaat
receiver without supply transformer
U-apparaat
receivers
ontvangers {mv}
receivers
ontvangers