Nederlandse versie
Translate
"speech"
to Dutch Language
English to Dutch
Dutch to English
English
Dutch
speech
toespraak(je), rede(voering)
speech
toespraak {de}
speech
toespraak
speech
taal
speech
spreken
speech
spreektrant
speech
spraakvermogen
speech
spraak {de}
speech
spraak
speech
speech {de}
speech
speech
speech
redevoering
speech
rede {de}
speech
rede
speech
oratie
speech act
gebruik van de taal
speech amplifier
spraakversterker
speech defect, dysarthria, inability to speak
spraakstoornis, de dysarthrie, het uitspraakgebrek
speech disorders, speech defects; speech problems
spraakstoringen; de woordvindingsstoornissen
speech pathologist
spraakarts
speech pathology, auditive system - speech, phoniatry
patholinguistiek, de audiologie, de foniatrie
speech recognition
spraakherkenning
speech therapy, speech training
logopedische behandeling; de orthofonie
speech/music switch
spraak/muziekschakelaar
speech/music switch
muziek/spraakschakelaar
speechen
een toespraak(je) houden, spreken, een rede(voering) houden
speeches
toespraken
speechified
gespeechte
speechifies
speecht
speechify
speechen
speechifying
het speechen
speech-language pathology
spraak- en taalstoringen
speech-language pathology
patholinguistiek; de logopedische behandeling; de orthophonie
speechless
stom
speechless
sprakeloos
speechwriter
redeschrijver, toesprakenschrijver