Nederlandse versie
Translate
"upset"
to Dutch Language
English to Dutch
Dutch to English
English
Dutch
upset
ziekelijk
upset
verwarring
upset
verstoorde
upset
verstomd
upset
verslagen
upset
verbouwereerd
upset
verbluft
upset
verbijsterd
upset
vanstreek
upset
van streek
upset
tenvalbrengen
upset
ten val brengen
upset
overstuur
upset
onwel
upset
onthutst
upset
ontdaan
upset
ongesteld
upset
omvergooien
upset
omkeren
upset
omgooien
upset
nietlekker
upset
niet lekker
upset
kantelen
upset
beteuterd
upset
beduusd
upset
bedremmeld
upset stomach
maagpijn {de}
upset stomach
bedorven maag
upset, (shatter)
schokken, van zijn stuk brengen, (schokken)
upset; to be angry
overstuur raken; kwaad worden; zich verhutst voelen
upsets
verstoort
upsetting
het verstoren
upsetting force
stuikkracht
upsetting height
stuikhoogte
upsetting machine
stuikmachine
upsetting pressure
stuikdruk
upsettings
het verstoren