English version
clean
betekenis
"clean vertaling"
Engels > Nederlands
Nederlands > Engels
Engels
Nederlands
clean
zuiveren
clean
zuiver
clean
zindelijk
clean
vegen
clean
schoonmaken
clean
schoon
clean
schone
clean
reinigen
clean
rein
clean
puur
clean
proper (vooral BN)
clean
proper
clean
net
clean
maak schoon
clean
louteren
clean
leegte
clean
leeg
clean
ledig
clean
helder
clean
1 schoon, helder, (pred.) netjes; 2 (roesmiddelen) schoon, (alcohol) droog; 3 steriel, strak, koel; 4 schoon, stralingsvrij; 5 zakelijk
clean seasonal pattern
seizoentrendpatroon
clean seasonal pattern
schoon seizoenpatroon
clean; pure
rein
clean; pure; correct; accurate; true; net; nett; clear
zuiver
cleanable
schoon te maken
clean-cut; smooth; straight; stark; tight; taut
strak
cleaned
schoongemaakte
cleanen
schoonmaken, reinigen
cleaner
schoner
cleaner
reinigingsmachine
cleaner
1 schoonmaakmiddel, reiniger; 2 schoonma(a)k(st)er
cleaners
reinigingsmachines
cleanest
het schoonst
cleaning
schoonmaak(-), schoonmaakbedrijf
cleaning
schoonmaak
cleaning
reiniging
cleaning
het schoonmaken
cleaning action
reinigende werking
cleaning agent
schoonmaakmiddel
cleaning agent; cleaner; detergent
reinigingsmiddel
cleaning agent; detergent
poetsmiddel
cleaning cloth; cleaning rag
poetslap
cleaning cloth; cleaning rag
poetsdoek
cleaning dip; fire-off dip; preliminary dip; scaling dip; fizz
voorbeitsbad
cleaning head
zuigkop
cleaning lady
werkster {de}
cleaning power
reinigingskracht
cleaning service
reinigingsdienst {de}
cleaning tape
reinigingsband
cleaning tape
poetsband
cleaning; purification
reiniging
cleaning; purification; refining; refinement; debugging
zuivering
cleaning-staff
schoonmaakpersoneel
cleanliness
zuiverheid
cleanliness
zindelijkheid
cleanliness
netheid
cleanliness
kuisheid
cleanliness
helderheid
cleanly
proper
cleanlycut
verzorgd
cleanlycut
net
cleanlycut
knap
cleanlycut
duidelijk
cleanness
netheid
cleanness; purity; correctness; accuracy; trueness
zuiverheid
cleanroom
schone kamer
cleans
maakt schoon
cleanse
zuiveren
cleanse
vegen
cleanse
schoonmaken
cleanse
reinigen
cleanse
louteren
cleanse 2. ethnic cleansing 3. mop up, clear
1. zuiveren, schoonmaken 2. etnische zuivering(en) 3. zuiveren, ontruimen (van vijand)
cleansed
gereinigde
cleanser
reinigingsmiddel
cleansers
reinigingsmiddelen
clean-shaven
gladgeschoren
cleansing
het reinigen
cleansing cloth
reinigingsdoekje
cleansing lotion
reinigingsmelk {de}
cleansing milk
reinigingsmelk