English version
visit
betekenis
"visit vertaling"
Engels > Nederlands
Nederlands > Engels
Engels
Nederlands
visit
visite {de}
visit
visite
visit
opzoeken
visit
bezoeken
visit
bezoek {het}
visit
bezoek
visit
afgaan
visit a person
eenpersoonbezoeken
visit a person
een persoon bezoeken
visit a place
eenplaatsbezoeken
visit a place
een plaats bezoeken
visit regularly
geregeldbezoeken
visit regularly
bezoeken
visitation
bezoek
visited
bezochte
visited
bezocht
visiting
het bezoeken
visiting lecturer
gastdocent {de}
visitor
bezoeker {de}
visitor
bezoeker
visitor
badgast
visitor’s register
bezoekersregister
visitors
volk
visitors
bezoekers; de patiëntenbezoekers
visitors
bezoekers
visitors
badgasten
visitregularly
geregeld bezoeken
visitregularly
bezoeken
visits
bezoeken