Nederlandse versie
Meaning of
"aaneen"
in English language
Dutch to English
English to Dutch
Dutch
English
aaneen
atastrech
aaneengeschakelde
catenated
aaneenschakeling
catenation
aaneenschakelingen
catenations
aaneengesloten netwerk
closed network; continuous network
aaneen
co-
aaneen-
co-
aaneengeschakelde
concatenated
aaneenschakeling
concatenation
aaneenschakelingen
concatenations
aaneenschakelen
connect
aaneen
continuously
aaneen
fellow
aaneen-
fellow
aaneen
for...together
aaneenvoegen
join
aaneengeschakelde aandrijver
joined actuator
aaneensluitend
joining
aaneenschakelen
link together
aaneenschakelen
link up
aaneen te schakelen
linkable
aaneenschakeling
linkage
aaneenschakeling
linking
aaneen
on end
aaneenschakeling
order
aaneennaaien
sew together
aaneenschakeling {de}
succession
aaneenkoppelen
to articulate
aaneenlijmen
to bond together
aaneenpassen
to fit together
aaneensmelten
to fuse together; to melt together
aaneenschakelen
to interlink; to concatenate
aaneenspijkeren
to nail together
aaneenklinken
to rivet together
aaneensolderen
to solder together
aaneenlassen
to weld together
aaneendraaien
to wind together in a spiral
aaneen
together
aaneenvoegen
unite
aaneen
without interruption