Nederlandse versie
Meaning of
"aanvoer"
in English language
Dutch to English
English to Dutch
Dutch
English
aanvoerbaar
adduceable
aanvoerbaar
adducible
aanvoering
allegation
aanvoer
arrival
aanvoer
arrivals
aanvoeren
be in command
aanvoerder
boss
aanvoeren
bring
aanvoerder
chief
aanvoeren
command
aanvoerder
commander
aanvoeren
convey
aanvoeren
enjoin
aanvoerband
feed belt; supply belt
aanvoergoot
feed chute
aanvoerbeweging
feed movement
aanvoerwals
feed roll
aanvoerrol
feed roller
aanvoerslede
feed slide
aanvoerbuis
feed tube
aanvoerapparaat
feeding device
aanvoeren
govern
aanvoerder
head
aanvoeren
head up
aanvoer- en afvoeranalyse
input/output analysis
aanvoerder
leader
aanvoerder {de}
leader
aanvoerlijn
line of communication
aanvoeren
order
aanvoer
provision
aanvoersnelheid
rate of feed
aanvoeren
restrain
aanvoeren
say
aanvoerder
superior
aanvoer
supply
aanvoer {de}
supply
aanvoeren
supply
aanvoerleiding
supply line
aanvoerspruitstuk
supply manifold; feed manifold
aanvoermondstuk
supply nozzle; feed nozzle
aanvoerbaan
supply track
aanvoer
supply; feed
aanvoeren
tell
aanvoeren
to supply
aanvoeren
to supply; to feed; to allege