Nederlandse versie
Meaning of
"bek"
in English language
Dutch to English
English to Dutch
Dutch
English
bekoelen
abate
bekorten
abbreviate
bekorting
abbreviation
bekwaamheid
ability
bekwaamheid {de}
ability
bekwaamheid; de geschiktheid; het vermogen
ability; capability; aptitude; facility
bekwaam
able
bekwaam
able; capable; competent; skilled
bekwamer
abler
bekwaam
ably
beknotten
abridge
bekorten
abridge
beklemtonen
accent
beklemtonen
accentuate
beklaagde
accused
bekennen
acknowledge
bekrachtigen
acknowledge
bekentenis
acknowledgement
bekende
acquaintance
bekende {de}
acquaintance
bekendheid
acquaintance
bekenden {mv}
acquaintances
bekend
acquainted with
bekende
acquainted with
bekwaam
adept
bekentenis
admission
bekennen
admit
bekwaam
adroit
bekendmaking
advice
bekendmaken
advise
bekrachtigen
affirm
bekrachtigen, bevestigen
affirm, (validate, confirm, admit)
bekentenis
affirmation
beklemming
agony
bekommernis
aid
beklemming
anguish
bekendmaken
announce
bekendmaking
announcement
bekendmaking {de}
announcement
bekommerd
anxious
beklimmen
ascend
beklimmer
ascender
beklimming
ascension
beklimming
ascent
beklimming {de}
ascent
bekommernis
attention
bekoren
attract
bekoring
attraction
bekronen
award a prize
bekronen
awardaprize
bekken
basin
bekend zijn met
be acquainted with
bek
beak
bek {de}
beak
beker
beaker
beker {de}
beaker
bekerglas
beaker
bekerglas {het}
beaker
bekers
beakers
bekken
beaks
bekostigen
bear the cost of
bekladden
besmirch
bekladt
besmirches
bekendst
best known
bekender
better known
bekvechtte
bickered
bekvecht
bickers
bek
bill
bek {de}
bill
beknorren
blame
bekogelen
bombard
bekken
bowl
beknoptheid
brevity
beknopte code
brevity code
beknopte lijst
brevity list
beknopt
brief
beknoptheid
briefness
beken
brooks
bekabelingsschema
cabling diagram
bekwaamheid
capability
bekwaamheid
capability; competence; skill; expertness
bekwaam
capable
bekwaam
capably
bekommernis
care
beklede
carpeted
beker
chalice
beklag
charge
bekoorlijkheid
charm
bekoren
charm
bekoring
charm
bekoorlijk
charming
bekoelen
chill
bekleed
clad
bekleed
clad; lined; sheathed; covered; coated; faced
bekleding
cladding
bekleding
cladding; coating; lining; sheathing; covering; facing; upholstery; trim
bekwaam
clever
beklimmen
climb
beklimbaar
climbable
beklommen
climbed