Nederlandse versie
Meaning of
"benutten"
in English language
Dutch to English
English to Dutch
Dutch
English
benutten
apply
benutten
employ
benutten, gebruiken, (verwerken)
exploit
benutten
make use of
benutten, profiteren van de gelegenheid, (ook: onder druk zetten, verleiden)
take advantage (of)
benutten
to utilise (Br.)
benutten
to utilize
benutten
to utilize; to take advantage of
benutten
turn to good account
benutten
use
benutten
utilize