Nederlandse versie
Meaning of
"beperken"
in English language
Dutch to English
English to Dutch
Dutch
English
beperken
abridge
beperken
confine
beperken
constrain
beperkende regel
constraint rule
beperken, afgrenzen
delimite
beperken, (ver)hinderen, tegenhouden, beletten
impair, (impede, preclude, divert, obstruct)
beperken, tegenhouden, (ver)hinderen
impede, (impair, preclude)
beperken
limit
beperkend
limitative
beperken
restrain
beperken
restrict
beperkend
restrictive
beperken
to confine
beperken
to limit
beperken
to limit; to restrict; to constrain