Nederlandse versie
Meaning of
"dier"
in English language
Dutch to English
English to Dutch
Dutch
English
dierlijk vet
adipose
dier
animal
dier {het}
animal
dieren
animal
dierlijk
animal
dierenmishandeling {de}
animal abuse
dierenziekte {de}
animal disease
dierenkliniek {de}
animal hospital
dierenrijk {het}
animal kingdom
dierenliefhebber {de}
animal lover
dierenvriend {de}
animal lover
dierenpark {het}
animal park
dierentuin {de}
animal park
dierenverhaal {het}
animal story
dierentemmer {de}
animal tamer
dierenrijk {het}
animal world
dieren
animals
dieren {mv}
animals
dierenlucht
animalsmell
dierlijke geur
animalsmell
dier
beast
dieren
beast
dierlijk
beast
dieren-
beastly
dierlijk
beastly
dieren
beasts
dierbaar
beloved
dieren-
bestial
dierlijk
bestial
dier
brute
dieren
brute
dierlijk
brute
dier
creature
dieren
creature
dierlijk
creature
dierbaar
darling
dierbaar
dear
dierbaarheid
dearness
dierbaar
expensive
dierbaar
fond
dierevel
fur
dierlijk
harsh
dierenhuid {de}
hide
dierevel
hide
dierenvel {het}
hide (skin, pelt)
dierbaar
lovely
dierenvoeding, dierenvoer
pet food
dierenvriend {de}
pet lover
dierevel
skin
dier
that one’s
dierbaar
valuable
dierenarts
vet
dierenarts {de}
vet
dierenarts
veterinarian
dierenartsen
veterinarians
diergeneeskunde {de}
veterinary medicine
dierenartsen
vets
dieren in het wild
wildlife
dierenriem
zodiac
dierenriem {de}
zodiac
dierenriemen
zodiacs
dierenpark {het}
zoo
dierentuin {de}
zoo
dierentuin, dierenpark
zoo
dierentuin {de}
zoological garden (dated)
dierkundige
zoologist
dierkunde
zoology