Nederlandse versie
Meaning of
"geslacht"
in English language
Dutch to English
English to Dutch
Dutch
English
geslacht
clan
geslachtsdaad
copulation
geslacht
ethnicgroup
geslacht
family
geslachtkunde
familytree
geslacht
form
geslacht
gender
geslacht {het}
gender
geslachtskeuzekliniek
genderkliniek
geslachten
genders
geslachtkunde
genealogy
geslacht
generation
geslachtelijk
generative
geslachts-
genital
geslacht {het}
genus
geslachtsdrift
heat
geslacht
house
geslachtsdaad
intercourse
geslachtsverkeer hebben; vrijen; seksuele omgang hebben
intercourse, to have sex, to copulate, to make love
geslacht
kind
geslacht
lineage
geslachten
lineages
geslachtsgebondenheid; de geslachtskoppeling
linkage; sex-linked inheritance
geslachtkunde
pedigree
geslachtsdelen
private parts, genitalia; the genitals
geslacht
race
geslachtsdaad
relation
geslacht
sex
geslacht {het}
sex
geslacht
sex, gender
geslachten
sexes
geslachtsgebonden erfelijke ziekte
sex-linked genetic disease
geslachtsgebonden erfelijkheid
sex-linked inheritance; x-linked inheritance
geslachtelijk
sexual
geslachtstrengen
sexual cords
geslachtsdrift
sexual desire
geslachtsverkeer {het}
sexual intercourse
geslachtsziekte
sexually transmitted disease
geslachte
slaughtered
geslacht
sort
geslachtsklier {de} (mannelijk)
testicle
geslacht
tribe
geslacht
variety
geslachts-
venereal
geslachtsziekte
venereal disease
geslachtsziekte {de}
venereal disease
geslachtsziekte bij de man
venereal disease; genital disease; sexually transmitted disease in men
geslachtsziekte bij de vrouw
venereal disease; genital disease; sexually transmitted disease in women
geslachtsziekte; de sexueel overdraagbare aandoeningen
venereal disease; sexually transmitted disease, STD