Nederlandse versie
Meaning of
"groen"
in English language
Dutch to English
English to Dutch
Dutch
English
groentebak
crisper
groentelade
crisper compartment; crisper
groenblijvend
evergreen
groen
fresh
groen licht hebben/krijgen
go, een ~ hebben/krijgen
groen
green
groen (verkeers)licht; afslaand verkeer
green arrow
groenaandeel
green component
groeninhoud
green content
groen kanon
green electron gun; green gun
groenfilter
green filter
groentje {het} (Callophrys rubi) (dagvlinder)
green hairstreak (butterfly)
groeninformatie
green information
groen (verkeers)licht
green light
groen beeld
green picture
groen raster
green raster
groene golf
green sequence
groen signaal
green signal
groenvideosignaal
green video signal
groene specht {de} (Picus viridis)
green woodpecker
groengordel
greenbelt
groengordels
greenbelts
groenverschilsignaal
green-difference signal; G-Y signal
groen gemaakte
greened
groener
greener
groen
greenery
groentehandelaar
greengrocer
groenteboer {de}
greengrocer (Br.)
groentehandelaars
greengrocers
groentje
greenhorn
groentjes
greenhorns
groenachtig
greenish
Groenland {het}
Greenland
Groenlands
Greenland
Groenlandzee
Greenland Sea
Groenlandzee {de}
Greenland Sea
Groenlander
Greenlander
groenheid
greenness
groenpootruiter
greenshank
groen menggas
incombustable gas mixture
groen
inexperienced
groenten in het zuur
pickle
groenten in het zuur
pickles
groene zeep
soft soap
groene munt
spearmint
groente
vegetable
groente {de}
vegetable
groentesnijder
vegetable grater; vegetable shredder
groenten
vegetables
groen
verdant
groen
verdure