Nederlandse versie
Meaning of
"park"
in English language
Dutch to English
English to Dutch
Dutch
English
parkeren
camp-on
parkeersignaal
camp-on-busy signal
parkeren met nabellen
camp-on-busy: COB
parkeren met terugbellen
camp-on-with-recall
parkeerplaats
car park
parkeerterrein
car park
parkeerplaats {de}
car park (Br.)
parkeerterrein {het}
car park (Br.)
parkeerterrein
car park / parking space
parkeerplaats
carpark
parkeerterrein
carpark
park
common
parkeerklem {de}
Denver boot (Am.)
park
green
parkeren langs de trottoirband
kerb side parking / - parallel to the kerb
parkeerhaven
lay-by
parkeerplaats
lay-by
parkeerterrein
lay-by
parkeergarage
multi-storey parking garage
parkeerverbod
no parking
parkeren verboden
no parking / parking prohibited
parkiet
parakeet
parkiet {de}
parakeet
parkieten
parakeets
parkieten {mv}
parakeets
park
park
park {het}
park
parkeren
park
parkeren en rijden
park and ride
parkeer-en-reis (P+R)
park-and-ride (P+R)
parka’s
parkas
parkeren
parking
parkeren {het}
parking
parkeerplaats
parking bay
parkeerterrein
parking bay
parkeergarage
parking garage
parkeerplaats
parking garage
parkeerterrein
parking garage
parkeerlicht
parking lamp; side light
parkeerstrook
parking lane
parkeerplaats
parking lot
parkeerplaats {de}
parking lot (Am.)
parkeermeter
parking meter
parkeerplaats
parking place
parkeerterrein
parking place
parkeerplaats
parking space
parken
parks
parket {het} (vloer)
parquet
parkeergelegenheid {de}
place to park
parkeren
to park
parkeriseren
to parkerize
parkeerpolitie / parkeerwachter
traffic warden
parkeerwachter
traffic warden
parkcijfers
vehicle (fleet/stock) numbers
parkeerklem {de}
wheel clamp (Br.)