Nederlandse versie
Meaning of
"te"
in English language
Dutch to English
English to Dutch
Dutch
English
testpop
(anthropometric) dummy
te
a
telraam
abacus
telramen
abacuses
ter zijde staan
abet
te wachten staan
abide
tenietdoen
abjure
terughalen
abjure
terugnemen
abjure
tenietdoen
abolish
terugnemen
abolish
tegenstander van slavernij
abolitionist
ten noorden van
above
tenietdoen
abrogate
terugnemen
abrogate
tekort
absence
tekortkoming
absence
ten enenmale
absolutely
terughoudendheid
abstention
terughoudendheid
abstinence
terugzetten
accelerate
teken dat de toegang geweigerd is
access-barred signal
ter zijde staan
accomodate
terechtwijzing
account
term
account
ten deel vallen
accrueto
te hoop lopen
accumulate
telastlegging
accusal
tenlastelegging
accusal
telastlegging
accusation
tenlastelegging
accusation
te doen
achievable
tegenover
across
tegen
across from
tegenaan
across from
tegenover
across from
te werk gaan
act
teweegbrengen
activate
teller
adder; counter
telmachine
adding machine
tempering
admixture
tegen adrenaline werkt; adrenolyticum
adrenolytic; adrenaline-blocking
terugzetten
advance
tegenstanders
adversaries
tegenspeler
adversary
tegenstander
adversary
tegenstander {de}
adversary
tegenstander, vijand
adversary, (enemy, opponent, antagonist, foe)
tegengesteld
adverse
tegenliggend
adverse
tegenstaand
adverse
tegenstrijdig
adverse
tegenwerkend
adverse
tegenspoed
adversity
teder
affectionate
teisterden
afflict
te voet
afoot
terug (BN)
again
telkens
again and again
tegen
against
tegenaan
against
tegenover
against
tegendraads
against the grain
tergen
aggravate
ter zijde staan
aid
ten doel hebben
aim
tegengesteld
alien
tegenliggend
alien
tegenstaand
alien
tegenstrijdig
alien
terreinfiets
all terrain bike (atb)
terdege
alot
tevens
also
temperatuurwijziging
alteration in temperature
te midden van
amidst
te midden van
among
terugkaatsingshoek
angel of reflection
terugveringshoek
angle of recovery; angle of springback
tekstverklaring
annotation
tenietdoen
annul
terugnemen
annul
tegenspeler
antagonist
tegenstander
antagonist
tegenstander
antagonist, (opponent, foe, adversary)
tegenstrijdig
antagonistic
tegenstrijdig
antagonistical
tegenstander van abortus
antiabortionist
tegenstanders van abortus
antiabortionists
tegen kanker
anticancer
tegen de wijzers van de klok in
anticlockwise
tegen de klok in
anticlockwise (Br.)
tegen diarree
antidiarrheal
tegengif
antidotal
tegengif
antidote
tegengiffen
antidotes
tegen hoge bloeddruk
antihypertensive
tegengesteld
antipathetic
tegenzin
antipathy
tegenfase
antiphase; opposite phase; reverse phase
tegenvoeter
antipode