Nederlandse versie
Meaning of
"ten"
in English language
Dutch to English
English to Dutch
Dutch
English
tenietdoen
abjure
tenietdoen
abolish
ten noorden van
above
tenietdoen
abrogate
ten enenmale
absolutely
ten deel vallen
accrueto
tenlastelegging
accusal
tenlastelegging
accusation
ten doel hebben
aim
tenietdoen
annul
ten geschenke
asagift
ten gevolge van
asaresultof
ten opzichte van
asregards
ten opzichte van
asto
ten huize van
at
ten (langen) leste
at (long) last
tenslotte
at last
ten minste
at least
tenminste
at least
ten koste van
at the expense of; to the detriment of
ten slotte
atlast
ten minste
atleast
tenminste
atleast
ten hoogste
atmost
tent
barn
ten goede gekomen aan
benefited
ten huize van
beside
tentoonspreiden
bespeak
tendentieus
biased
ten gevolge hebben
bring about
tentenkamp
camp oftents
tenietdoen
cancel
tenlastelegging
charge
ten laste
charge able
ten noorden van de Rijn
cisrhenane
tenlastelegging
complaint
ten volle
completely
ten opzichte van
concerning
teneergeslagen
crestfallen
ten spijte van
defiantly
teneergeslagen
dejected
tentoonspreiden
demonstrate
tentoonstellen
demonstrate
ten spijte van
despite
ten val brengen
destroy
tentoonstellen
display
teneergeslagen
downhearted
tenue
dress
teneergeslagen
dumpish
ten oosten van
eastof
ten oosten van
eastward of
ten gevolge hebben
evoke
tentoongesteld voorwerp
exhibit
tentoonspreiden
exhibit
tentoonstellen
exhibit
tentoongesteld
exhibited
tentoongestelde
exhibited
tentoonstelling
exhibition
tentoonstelling {de}
exhibition
tentoonstelling
exhibition; display; showing
tentoonstellingen
exhibitions
tentoongestelde voorwerpen
exhibits
tentoonstellen
expose
tentoonstelling
exposition
ten vijfde
fifthly
ten slotte
finally
tenslotte
finally
tenslotte, uiteindelijk
finally, (eventually, in the end)
ten eerste
first
ten eerste
first and foremost
ten eerste
first of all
ten eerste
firstly
ten einde te
for
tenue
frock
ten volle
fully
ten geschenke
gratis
tengevolgevan
in consequence of
ten gevolge van
in consequence of; as a result of
ten gunste van
in favor (favour) of
teneindete
in order to
ten opzichte van elkaar
in relation to each other; relatively to each other; mutually
tenspijtevan
in spite of
ten gevolge van
inconsequence of
tentoonspreiden
indicate
tenlastelegging
indictment
ten einde te
inorderto
ten spijte van
inspiteof
ten doel hebben
intend
tendoelhebben
intend
ten slotte
lastly
tenzij
lest
ten spijte van
notwithstanding
tenspijtevan
notwithstanding
ten val brengen
overthrow
tenvalbrengen
overthrow
ten val gebrachte
overturned
ten gevolge van
owing to
tengevolgevan
owing to
ten dele
partially
tendele
partially