Nederlandse versie
Meaning of
"vertrouwen"
in English language
Dutch to English
English to Dutch
Dutch
English
vertrouwensbreuk
breach of confidence
vertrouwen
confide
vertrouwen hebben in
confide
vertrouwen toe
confide
vertrouwen
confidence
vertrouwen {het}
confidence
vertrouwen
entrust
vertrouwen hebben in
entrust
vertrouwen toe
entrust
vertrouwen
faith
vertrouwen {het}
faith
vertrouwen
have confidence in
vertrouwen hebben in
have confidence in
vertrouwenhebbenin
have confidence in
vertrouwen
have faith
vertrouwen stellen in
have faith
vertrouwenstellenin
have faith
vertrouwen
have faith in
vertrouwen op
have faith in
vertrouwenop
have faith in
vertrouwenstellenin
have faith in
vertrouwen stellen in
havef aith in
vertrouwenskring, (groep van) intimi
inner circle
vertrouwend
reliant
vertrouwen
religion
vertrouwen
rely
vertrouwenop
rely on
vertrouwen op
relyon
vertrouwen
to rely
vertrouwen
to trust
vertrouwen
trust
vertrouwen {het}
trust
vertrouwen hebben in
trust
vertrouwen op
trust
vertrouwen stellen in
trust
vertrouwenhebbenin
trust
vertrouwenop
trust
vertrouwenstellenin
trust
vertrouwenop
trust in
vertrouwend
trustful
vertrouwen
trustfulness
vertrouwen op
trustin
vertrouwen
trusts