Nederlandse versie
Meaning of
"voorzien"
in English language
Dutch to English
English to Dutch
Dutch
English
voorzien van
accomodate with
voorzien van
accomodatewith
voorzien
anticipate
voorzien; verwachten, verhaasten
anticipate
voorzien, vroegtijdig op inspelen, voorvoelen, (aanvoelen)
anticipate, (foresee, perceive, sense)
voorzien
anticipated
voorzien
discounted
voorziening
expectation; anticipation; supply; covering; catering; provision
voorzieningen
facilities
voorzieningen
facilities, provisions
voorziening {de}
facility (more often facilities)
voorzien
for see
voorzien
foresee
voorzienbaar
foreseeable
voorzien
foreseen
voorzien
forseen
voorzieningsperiode
lead time
voorzien van een netwerk
networking
voorzien van
provide
voorzienvan
provide
voorzienigheid
providence
voorziening
provision
voorziening {de}
provision
voorzien van een nieuwe buitenlaag
reface
voorzien van nieuwe bedrading
rewire
voorzien van wegwijzers
signpost
voorzien van
supply
voorziening
supply
voorziening {de}
supply
voorzienvan
supply
voorzien
to anticipate
voorzien
to foresee
voorzien
to foresee; to expect; to anticipate; to supply; to cover; to cater for; to provide; to meet requirements; to cover requirements