Nederlandse versie
Meaning of
"zelfs"
in English language
Dutch to English
English to Dutch
Dutch
English
zelfstartend programma
bootstrap
zelfstartend laadprogramma
bootstrap loader
zelfs
even
zelfs als
evenif
zelfstandig
independant
zelfstandig
independent
zelfstandigheid
material
zelfstandigheid
matter
zelfstandig naamwoord
noun
zelfstandig naamwoord {het}
noun
zelfstandignaamwoord
noun
zelfstandige naamwoorden
nouns
zelfstellend
self-adjusting
zelfsnijdend
self-cutting
zelfstandig
self-dependent; independent; self-reliant
zelfstandig
self-employed
zelfsluitend
self-locking; self-closing
zelfsmerend
self-lubricating; self-oiling
zelfsmering
self-lubrication
zelfscherpend
self-sharpening
zelfstartend
self-starting; self-triggering
zelfstoppend
self-stopping; autostop
zelfspannend
self-tensioning; self-adjusting
zelfsnappend slot
snap lock; spring lock
zelfstandigheid
stuff
zelfstandigheid
substance
zelfstandig naamwoord
substantive
zelfstandignaamwoord
substantive
zelfstandig
substantively
zelfstandige naamwoorden
substantives
zelfstandigen {mv}
the self-employed
zelfstarten
to bootstrap