Nederlandse versie
Meaning of
"be"
in English language
Dutch to English
English to Dutch
Dutch
English
bestelwagen, bestelauto
(delivery) van
beslaan
10.become steamy
bestuurder
10.chauffeur
bewaarplaats voor ontwikkelingsdocumenten
a depository of development documents: ADDD
beschamen
abash
bedeesd
abashed
bevangen
abashed
benardheid
abashment
bedaren
abate
bekoelen
abate
besnoeiing
abatement
bekorten
abbreviate
bekorting
abbreviation
bedanken
abdicate
betrekking tot de buik; abdominaal; buik-
abdominal; gut-related
bestendig
abiding
bekwaamheid
ability
bekwaamheid {de}
ability
bevoegdheid
ability
beoordelingsvermogen
ability to judge
bekwaamheid; de geschiktheid; het vermogen
ability; capability; aptitude; facility
belabberd
abject
bekwaam
able
bevoegd
able
bekwaam
able; capable; competent; skilled
bekwamer
abler
bekwaam
ably
betrekking hebbend op de Australische inboorlingen
aboriginal
betrekking hebbend op de Australische inboorlingen
aborigine
betreffende
about
benoorden
above
begrenzen
abridge
beknotten
abridge
bekorten
abridge
beperken
abridge
beperkingen opleggen aan
abridge
beslist noodzakelijk
absolute
bepaald
absolutely
beslist
absolutely
beschikken over
absorb
betoverend
absorbing
bezadigd
abstemious
besluiten
abstract
belachelijk
absurd
bespottelijk
absurd
belachelijk
absurdly
beledigen
abuse
belediging
abuse
beledigend
abusive
belenden
abut
beer
abutment
bereklauw
acanthus
bespoedigen
accelerate
bevordering
acceleration
beklemtonen
accent
benadrukken
accent
beklemtonen
accentuate
benadrukken
accentuate
benadrukte
accentuated
benadrukt
accentuates
bemonsteringsschema voor ontvangstkeuring
acceptance sampling plan
betreden
accessed
bereikbaar
accessible
behulpzaam
accommodating
bewerking
accommodation
beëindigen
accomodate
besluiten
accomodate
begeleide
accompanied
begeleid rijden
accompanied driving
begeleidt
accompanies
begeleiding
accompaniment
begeleidingsverschijnsel
accompaniment
begeleider
accompanist
begeleidster
accompanist
begeleidsters
accompanists
begeleiden
accompany
behalen
accomplish
bereiken
accomplish
bewerkstelligen
accomplish
beschaafd
accomplished
bevoegd
accomplished
bedrevenheid
accomplishment
beëindiging
accomplishment
bericht
account
beschouwen
account
beschrijving
account
beweegreden
account
beduiden
account for
betrouwbaarheid van een test
accuracy of a test
beschuldiging
accusal
beschuldigen
accusation
beschuldiging
accusation
beschuldiging {de}
accusation
beschuldigingen
accusations
beschuldigingen {mv}
accusations
beschuldigend
accusatory
beschuldigen
accuse
betichten
accuse
beschuldigen van
accuse of
beklaagde
accused