Nederlandse versie
Translate
"afford"
to Dutch Language
English to Dutch
Dutch to English
English
Dutch
afford
voortbrengen
afford
veroorloven zich
afford
veroorloven
afford
vergunnen
afford
toestaan
afford
toelaten
afford
opleveren
afford
opbrengen
afford
gedogen
afford
afwerpen
affordability
doenbaarheid
affordable
betaalbaar
affordably
aan een redelijke prijs
afforded
veroorloofde
affording
het veroorloven zich
affords
veroorlooft zich