Nederlandse versie
Translate
"anchor"
to Dutch Language
English to Dutch
Dutch to English
English
Dutch
anchor
ankeren
anchor
anker {het}
anchor
anker
anchor bolt
ankerbout
anchor plate
ankerplaat
anchor; armature
anker
anchorage
rede
anchorage
ligplaats
anchorage
bevestiging(spunten)
anchorage
ankerplaats {de}
anchorage
ankerplaats
anchorages
ankerplaatsen
anchored
verankerde
anchoring
het verankeren
anchoring bore
ankerboring
anchoring member
verankerplaats
anchoring; anchorage
verankering
anchorite
kluizenaar
anchorites
kluizenaars
anchorman
1 boegbeeld, gezicht, ankerman; 2 laatste loper, eindloper; 3 (touwtrekken) ankerman
anchors
ankers