Nederlandse versie
Translate
"assess"
to Dutch Language
English to Dutch
Dutch to English
English
Dutch
assess
taxeren
assess
schatten
assess
beoordelen
assess 2. assessment
vaststellen, beoordelen, evalueren, (toerekenen) 2. beoordeling, cijferwaardering
assessable
schatbaar
assessed
beoordeelde
assesses
beoordeelt
assessing
beoordeling
assessment
beoordeling {de}
assessment
beoordeling
assessment
belastingaanslag
assessment
aanslag
assessment
1 geschiktheidstest, profieltoets, geschiktheidsonderzoek; 2 taxatie
assessment model
expertisemodel
assessments
evaluaties
assessments
beoordelingen
assessor
lid van het evaluatieteam
assessors
leden van het evaluatieteam