Nederlandse versie
Translate
"bone"
to Dutch Language
English to Dutch
Dutch to English
English
Dutch
bone
schonk
bone
knok
bone
bot {het}
bone
bot
bone
been {het}
bone
been
bone cement
botcement
bone density; demineralization of bones
verlies aan botdichtheid
bone glue
beenderlijm
bone head
domoor
bone heads
domoren
bone marrow
beenmerg {het}
bone marrow
beenmerg
bone marrow biopsy
biopsie van het beenmerg
bone marrow failure; bone marrow depression
aplasia medullaris
bone marrow metaphase
beenmergmetafase
bone marrow transplant
beenmergtransplantatie
bone mass
beenmassa
bone matrix; bony matrix
botmatrix; de botmatrijs
bone metastasis
botmetastasering
bone plate
beenplaat
bone resorption; osteoclastic activity; osteoclasia
osteoclastische activiteit; de osteoclasie in het botweefsel
bone substitute
kunstbeenweefsel
bone wires
beennaad
bone; bones; skeleton
been; de beenderen; de knokken; het geraamte
boned
uitgebeende
bone-dry
kurkdroog
bone-dust
beendermeel
boneless
zonder botten
boneless
ontbeend
bones
beenderen {mv}
bones
beenderen