Nederlandse versie
Translate
"burn"
to Dutch Language
English to Dutch
Dutch to English
English
Dutch
burn
zengen
burn
verbranden
burn
steken
burn
schroeien
burn
ontbranden
burn
brandwond {de}
burn
brandwond
burn
branden
burn
aangaan
burn
aanfloepen
burn
aanflitsen
burn
aanbranden
burn
aan zijn
burn able
brandbaar
burn down
verbranden
burn down
afbranden
burn out
uitbranden
burn out
doorsmelting
burn outs
doorsmeltingen
burn sides
tochtlatten
burn spots; burns
brandplekken
burned
verbrand
burned
gebrande
burned lime
gebrande kalk
burned-out, burn-out
opgebrand
burner
brander
burners
branders
burning
vurig
burning
het branden
burning
hartstochtelijk
burning
gloeiend
burning
brandend
burning hour
branduur
burning; combustion; incineration
verbranding
burnings
het branden
burnish
polijsten
burnish
poetsen
burnished
gepolijste
burnishes
polijst
burnishing
het polijsten
burnishing; superfinishing; superfine polishing
glanspolijsten
burnishings
het polijsten
burnoose
boernoes
burnooses
boernoezen
burn-out
opgebrandheid, opbrandsyndroom, opgebrand
burnout syndrome
burnout syndroom; de uitputting
burns
brandwonden
burns ward; burns department
afdeling voor patienten met zware brandwonden; het brandwondencentrum
burns, burn wounds
brandwond
burnt
gebrande
burnt
aangebrand
burnt (esp. Br.)
aangebrand
burnt out (esp. Br.)
uitgebrand
burnt-out (esp. Br.)
uitgebrand