Nederlandse versie
Translate
"case"
to Dutch Language
English to Dutch
Dutch to English
English
Dutch
case
zaak {de}
case
zaak
case
verloop
case
rechtsgeding
case
proces
case
praktijkgeval, praktijksituatie, gevalsbeschrijving
case
naamval
case
kwestie {de}
case
koker {de}
case
koffer
case
kist
case
geval {het}
case
geval
case
gerechtszaak
case
geding
case
doos
case
ding
case
casus {de}
case
casus
case
affaire
case
aangelegenheid
case (matter, issue)
aangelegenheid {de}
case (point, question)
issue {het}
case (small box, receptacle)
etui {het}
case 2. (casing)
1. rechtszaak, geval, proces, (dossier) 2. huls, kist, kast
CASE clause
meervoudige selectie
case cover; case lid
kofferdeksel
CASE data interchange format: CDIF
CASE-gegevensuitwisselingsformaat
case depth
inzetdiepte
CASE framework
CASE raamwerk
CASE integration services: CIS
CASE integratiediensten
case lock
koffersluiting
case study
case study
CASE tools
CASE gereedschappen
case; casing; coating cover; jacket; wrapping; envelope; sheath
omhulsel
case-based reasoning
op gevallen gebaseerd redeneren
CASE-clause
CASE-clausule
cased
ingesloten
caseharden
carboneren
casehardened
gecarboneerd
case-hardened steel; cemented steel; carburized steel
inzetstaal
casehardening
het carboneren
case-hardening salt
cementeerzout
case-hardening steel
cementeerstaal
case-hardening; cementation; carburation
inzetharding
casehardens
carboneert
case-history
1 (alg.) voorgeschiedenis; 2 (med.) voorgeschiedenis, ziektegeschiedenis
casein
caseïne
caseine
caseïne
caseload
werklast, taaklast
caseload
aantal te behandelen dossiers
caseloads
aantal te behandelen dossiers
casement
gordijnstof
casements
gordijnstoffen
caseous
kaasachtig
cases
gevallen {mv}
cases
gevallen
cases
dozen
casestudy
praktijkstudie, praktijkonderzoek, gevalsanalyse
CASE-tool
programma-ontwikkelgereedschap