Nederlandse versie
Translate
"check"
to Dutch Language
English to Dutch
Dutch to English
English
Dutch
check
toom
check
toezien
check
teugel
check
surveilleren
check
schaak staan
check
schaak
check
nakijken
check
keren
check
intomen
check
in toom houden
check
controleren
check
controle
check
breidel
check
betomen
check
beteugelen
check
bedwingen
check
aflezen
check
1. controleren, onderzoeken, nagaan, staande houden en controleren 2. tot stilstand brengen, beteugelen, stoppen, (in bedwang houden)
check (Am.)
cheque {de}
check bit
controlebit
check card
keuringsblad
check card
foutenkaart
check character
controleteken
check digit
controlecijfer
check group
controlegroep
check it out
ga kijken, kijk of het wat is, ga d’r op af; gaat dat zien
check off
inhouding
check off
aanstrepen
check off
aankruisen
check offs
inhoudingen
check out
controle
check out
afmelden
check out 2. (checkout)
1. vertrekken, uitboeken 2. functionele test
check plot
controletekening
check point
controlepost
check room
garderobe
check rooms
garderobes
check row
controlerij
check sum
controlesom
check symbol
controlesymbool
check up
controle
check up on
checken
check up on
aflezen
check upon
toezien
check upon
surveilleren
check upon
nakijken
check upon
controleren
check upon
checken
check upon
aflezen
check valve; return valve; suppressor valve
keerklep
check weighers
gewichtscontroleurs
check word
controlewoord
checkable
controleerbaar
checked
geruit
checked
gecontroleerde
checked
geblokt
checked
bedwongen
checken
1 controleren, nakijken, nazien; 2 afvinken
checker
verificateur
checker
supervisor
checker
opzichter
checker
controleur
checker board pattern
schaakbordpatroon
checkerberry
rode bes
checkerboard pattern
zwart-witblokkenpatroon
checkered (Am.)
geblokt
checkers
damspel
checkers
dammen
checking
het controleren
checking program
controlerend programma
checking-in
aanwezigheidscontrole
checklist
checklist
checklist
1 controlelijst, (af)vinklijst; 2 paklijst
checklist; inspection sheet
controlelijst
checkout
kassa {de}
checkout
checkout
checkout; test
test
checkpoint
controlepost
checks
remmende factoren
checks and balances
machtsbestel, machtsevenwicht, evenwicht door tegenwicht
checksum
checksum
checkup
onderzoek {het}
checkups
controles