Nederlandse versie
Translate
"detain"
to Dutch Language
English to Dutch
Dutch to English
English
Dutch
detain
weerhouden
detain
terughouden
detain
reserveren
detain
ophouden
detain
houden vast
detain
detineren
detain, (detention, confinement, custody)
opsluiten, gevangen zetten, (opsluiting, hechtenis)
detained
vastgehouden
detained person (detainee, inmate, prisoner)
gevangene
detainee
gevangene
detainees
gevangenen
detaining
het vasthouden
detainment
aanhouding
detains
houdt vast