Nederlandse versie
Translate
"element"
to Dutch Language
English to Dutch
Dutch to English
English
Dutch
element
punt
element
partikel
element
jaartelling
element
item
element
ingrediënt
element
grondslag
element
element {het}
element
element
element
deeltje
element
deel
element
component
element
bestanddeel
element
beginsel
element
basis
element; individual; cell; member
element
element; unit; organ
orgaan
elemental
elementair
elemental area
elementair gebied
elemental parts
enkelvoudige onderdelen
elementary
simpel
elementary
enkelvoudig
elementary
elementair
elementary
eenvoudig
elementary
aalwaardig
elementary charge
elementaire lading
elementary education
basisonderwijs
elementary particle
elementair deeltje
elementary technical school
ambachtsschool
elements
troepen, deel van een eenheid (beveiligingselement), personen (opstandige/criminele elementen)
elements
elementen {mv}
elements
elementen
elements
eerste beginselen
elements
basisbeginselen
elements
ABC