Nederlandse versie
Translate
"expire"
to Dutch Language
English to Dutch
Dutch to English
English
Dutch
expire
versmachten
expire
verscheiden
expire
verlopen
expire
uitraken
expire
uitlopen
expire
uitgaan
expire
sterven
expire
overlijden
expire
ophouden
expire
eindigen
expire
doodgaan
expire
aflopen
expire 2. expiry of an agreement
1. aflopen (mandaat, geldigheidsduur), verlopen (gebruiksperiode, houdbaarheidsdatum) 2. aflopen van een overeenkomst
expired
vervallen
expired
verstreken
expired
verlopen
expired
verliep
expired
afgelopen
expires
verloopt