Nederlandse versie
Translate
"find"
to Dutch Language
English to Dutch
Dutch to English
English
Dutch
find
waarnemen
find
vindt
find
vinden
find
vind
find
vernemen
find
treffen
find
ontdekken
find
merken
find
gewaar worden
find
bevinden
find
bemerken
find
aantreffen
find oneself
zich ophouden
find oneself
zich bevinden
find oneself
voorkomen
find oneself
verkeren
find out
ontdekken
find out, (search, trace)
nagaan, uitzoeken, constateren, traceren, (natrekken, nasporen)
finding
vondst {de}
finding
het vinden
finding
bevinding {de}
findings
bevindingen
findings, results, observations
gegevens, de bevinding, de resultaat; de vondst
findings; conclusions
bevindingen; de vaststellingen; de besluiten
findout
vernemen
findout
inlichtingen vragen
findout
informeren
findout
informatie inwinnen
findout
horen
finds
vindt